Myanmar

Waarom ik nooit meer terug wil naar boterhammen uit een plastic zakje

Uit eten gaan is in Yangon zo goedkoop dat we bijna nooit meer zelf in de keuken staan. Myanmar heeft een cultuur van eten op straat, overal zijn karren, kraampjes en stoeprestaurantjes waar je terecht kunt voor een snelle hap. Hier eten is een grote ontdekkingstocht langs onbekende groenten, vreemde gewoonten en onderdelen van dieren die we in Nederland nooit zouden eten.

Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat kun je terecht bij de tea shops; drukbezochte restaurantjes waar Myanmar van alle leeftijden op plastic mini-krukjes van een kopje thee zitten te genieten. Op elk tafeltje staat een thermoskan en een bakje water met kopjes die de hele dag niet afgewassen worden. Verder staan er een stuk of 15 pannen uitgestald, met elk een ander gerecht. In de drukte roep je de bediening door een kusgeluid te maken. Ik krijg het nog altijd niet over mijn lippen, waardoor ik vaak als langste zit te wachten om mijn bestelling door te geven.

Je kunt kiezen uit allerlei soorten gewokte groenten en wat ze hier curry noemen. Voor Westerlingen is het meer een plas olie met een paar stukjes kip erin. Mijn favoriet zijn de salades: Tomaat, gember of salade van verse theeblaadjes. Tijdens de lunch denk ik regelmatig met leedvermaak hoe mijn Nederlandse collega’s hun plastic zakje met gesmeerde bammetjes weg zitten te werken, terwijl ik hier zit te smullen van een tafel vol verschillende gerechtjes en dat voor maar €1,50.

In de ‘binnen’ restaurants kun je naast Myanmar ook Japans, Koreaans of pizza eten. Meestal word je hier opgewacht door een grote schare personeel, die zelfs zo attent is om speciaal voor je tas een extra stoel bij te schuiven. Rustig in het menu kijken is er niet bij, in veel restaurants blijft de bediening namelijk vragend naar je staan kijken, met het opschrijfboekje al in de aanslag. Opgelaten race je dan door het menu en kom je meestal toch weer uit bij het gerecht dat je de vorige keer ook al had.

20170107_120541_013En dan zijn er nog de honderden kraampjes, karren en keukentjes op straat waar je sticky rice, mango en avocado met chili en poffertjes met een kwarteleitje in het  midden kunt kopen. Bij de pork on stick karretjes zitten mensen op krukjes om een bak bouillon heen, waar ze satéprikkers met stukjes vlees in dopen. Allerlei delen van het varken worden aan een stokje geregen; van de ingewanden, tot de oren en de pootjes. In drukke straten zit ook altijd wel iemand met een mini barbecuetje en een nog kleiner frituurpannetje samosa’s te bereiden. ’s Avonds nemen de verkopers al hun waar weer mee, regelmatig zie je mannen met een balk op hun schouder waar aan weerszijden een complete keuken aan hangt.

Hierin zit vaak nog een kievitseitje
Hierin zit vaak nog een kievitseitje

Alles heeft veel smaak en dan bedoel ik ook veel van alles. Veel chili, veel kruiden en specerijen, veel zout en bovenal veel knoflook. Toen ik tijdens een lunch aan een Myanmar tafelgenoot vertelde dat wij maar één teentje knoflook gebruiken vroeg ze verbaasd of knoflook in Nederland soms heel duur is. Nog steeds kijk ik vol verbazing hoe mensen zonder een spier te vertrekken van een schaaltje chili-pepers zitten te knabbelen.

Mijn favoriete gerecht is Shan noodles, een kom rijstnoodles gekookt in een kruidige soep met knapperige nootjes, koriander en lente-uitjes. Tien keer lekkerder dan mijn secret pleasure Good noodles. Daarnaast smul ik van hele vissen van de barbecue, gemarineerd en gevuld met een lokale spinaziesoort.

frituren
Frituren doen ze hier veel en vaak

Op de markt liggen wel tien soorten bladgroenten naast elkaar uitgestald, naast schalen gefrituurde insecten en bakken met leverkleurige schijven, waarvan ik net geleerd heb dat het eendenbloed is. De groenten zien er allemaal glanzend gezond uit, maar schijn bedriegt. Voedselveiligheid wordt een steeds ernstiger probleem in Myanmar. Zwaar giftige bestrijdingsmiddelen worden geïmporteerd uit China. Vaak middelen die elders al verboden zijn maar door het gebrek aan regelgeving in Myanmar ongehinderd verkocht kunnen worden. Boeren kunnen de Chinese gebruiksaanwijzing op de etiketten niet lezen en hebben vaak weinig technische kennis. Dat leidt ertoe dat veel boeren naar eigen inzicht en naar hartenlust spuiten. Met name expats uiten hun zorgen over de gezondheidsrisico’s en kunnen het zich veroorloven om de iets minder bespoten groenten van de supermarkt te kopen. Binnen mijn werk onderzoek ik de mogelijkheden om het bewustzijn van voedselveiligheid en voorlichting over schadelijke gevolgen van bestrijdingsmiddelen te vergroten.

En toch probeer ik mijn zorgen over voedselveiligheid zo veel mogelijk naar de achtergrond te schuiven. Anders mis ik een essentieel deel van wat dit land zo heerlijk maakt om te wonen. Ik wil blijven ontdekken tot ik de namen van al die bladgroenten ken, tot ik weet welke kruiden de salades zo’n fantastisch volle smaak geven en tot ik zelf Shan noodles kan maken. Zodat ik terug in Nederland nooit meer genoegen hoef te nemen met boterhammetjes uit een plastic zakje of zo’n armetierig pakje instant noodles.

5 thoughts on “Waarom ik nooit meer terug wil naar boterhammen uit een plastic zakje

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *